|
In 1997 verscheen de landelijke vleermuizenatlas. Deze atlas bracht de verspreiding van vleermuissoorten in Nederland in kaart. De wijze waarop dit gebeurde, met zogenaamde uurhokken van 5 bij 5 kilometer, was niet erg gedetailleerd. Bovendien baseerde de atlas zich toen al op gegevens van 1985 tot 1994. Dat kan dus beter. Om een goed beeld te krijgen van de huidige populatie in onze provincie inventariseert de werkgroep vleermuizen vanaf 2002 de hele provincie Groningen. In mei stonden Lewenborg en Beijum op het programma voor een veldbezoek. Coördinator Klarissa Nienhuys maakt voor ons de balans op.
De werkgroep vleermuizen bestaat uit een vaste kern van 10 vrijwilligers die gecertificeerd zijn in het op naam brengen van de verschillende vleermuissoorten. Sinds 2002 trekken ze er ieder geschikt weekend op uit om in een deel van de provincie ’s nachts langs straten en wegen vleermuizen te zoeken. Ze bezoeken - in overleg met de koster – oude Groninger kerken en speuren op de kerkzolder naar de aanwezigheid van vleermuizen. Zo wordt vleermuizen tellen tevens een culturele activiteit. In het ganse Ommeland zijn al vele kerkjes bezocht en duizenden straten afgelopen en gefietst om vleermuizen in kaart te brengen. Maar over de stad Groningen is weinig bekend. De gemeente of woningcorporaties laten alleen vleermuisonderzoek doen als er ergens gesloopt moet worden. Het voornemen van de werkgroep is om de hele stad 1 x heel goed in kaart te brengen. Het beeld dat dit dan oplevert kan later ook dienen om veranderingen aan te tonen. In mei werden Lewenborg en Beijum geïnventariseerd. | De vleermuis De vleermuis is het enige vliegende zoogdier. En hier begint al direct de verwondering: een vleermuisvrouwtje laat zich in het najaar (oktober) bevruchten door het mannetje. Vervolgens gaat zij met ‘een buik vol zaad’ de winterslaap in. Pas in het voorjaar, als het warm wordt en als er voldoende te vreten is, start de ovulatie, wordt ze zwanger en baart een jong. Vleermuizen broeden graag in kolonies. Huiseigenaren hoeven niet bang te zijn dat ze de balken doorknagen, want hun tandjes zijn gemaakt om insecten mee te eten. Zoals bekend vliegt de vleermuis op zijn gehoor. Hij produceert veel lawaai om zich heen en de echo is zijn peil waarop hij stuurt. Dat kunstje beheerst hij zo goed dat als je in een pikdonkere kamer vislijnen zou spannen de vleermuis niks raakt – behalve de mugjes waar hij op jaagt. |
Stadse soorten Er komen meerdere soorten vleermuizen in de stad voor: de dwergvleermuis komt verreweg het meeste voor, maar hier en daar zijn ook de ruige dwergvleermuis, de laatvlieger, de grootoor, de watervleermuis en de rosse vleermuis te vinden. Hoewel iedere soort zijn eigen leefomgeving heeft, willen ze allemaal bomen in de buurt om bij dreigend gevaar in weg te vluchten. Klarissa heeft duidelijke verklaringen waarom bepaalde soorten juist op bepaalde plekken voorkomen. Zo harkt de watervleermuis vliegjes van het wateroppervlak. Hij doet dit puur op het gehoor. Het spreekt voor zich dat het geluid alleen goed reflecteert als het wateroppervlak er als een spiegel bij ligt. In een rommelige Zuidwending (Beijum) zul je de watervleermuis dan ook niet boven het water zien scheren. | |
Beijum en Lewenborg Wie vleermuizen wil spotten moet daar zijn waar de mugjes zitten. Waar de zwaluwen bekend staan als de dagploeg van de insectenopruimers, is de vleermuis de nachtploeg die het overneemt. Vooral bij vijvers met eenden(poep) zul je de vleermuizen aantreffen. In Beijum vooral bij de vijver langs het Pedaalpad. Maar ook bij de composthoop in het Groene Hart – bij de fietscrossbaan – vliegen twee gewone dwergvleermuizen en twee laatvliegers. In het jonge Beijumerbos vliegen tientallen vleermuizen. Dat betekent dat het water schoon is. Boven de Kardingerplas vliegen watervleermuizen. Wie ze zien wil: ze vliegen heel laag over het water, in de hoek bij de wilgen van de wijk Zilvermeer. Uiteraard zijn de mestbulten van de kinderboerderijen populair, veel insecten! In Lewenborg trekt het Le Roy-gebied veel vleermuizen aan. De vijvers bij de Meerpaal en bij de Baken stelen de show: hier fladderen vier verschillende soorten vleermuizen: gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger en watervleermuis. In de Golfslag zit een grootoor. Deze vleermuis is in staat een bladluis van het blad af te plukken. Hij vliegt zo geruisloos dat je hem alleen opmerkt als hij vlak boven je is. Opletten dus! Op stap met de vleermuizenwerkgroep is een happening op zich. Hun bat-detector versterkt de onhoorbare (ultrasonore) geluiden die de vleermuizen voortbrengen. Als er een naaimachientje aankomt snorren weet je dat de watervleermuis nadert, een stuiterende knikker is de dwergvleermuis, de laatvlieger doet aan freaky jazz. Je ziet niks, maar er gaat een wereld voor je open. Regiokrant Groningen - 15 juni 2009 |