|
Beijum - Graancirkels zijn geometrische figuren in het landschap. Over de oorsprong doen de wildste verhalen de ronde. Dat mensen kleine graancirkels kunnen aanleggen is wel vastgesteld. Maar sommigen graancirkels zijn echte mysteries: hoe kan het dat er nergens voetstappen van ‘die makers’ naar de cirkel toe zijn? Hoe kan het dat al het graan plat ligt en de klaprozen niet? Praktisch is het onmogelijk om dikke graanstengels te buigen zonder dat ze knappen, en wat ook vaak voorkomt is dat de bovenste laag graan in tegenovergestelde richting over de onderste heen gebogen ligt. Rara, hoe kan dat? In Beijum is een geheel nieuwe variant ontdekt: een graancirkel van verschillende granen! Wij gingen op onderzoek uit.

Omdat de graancirkel zich bevindt op het terrein van de schooltuintjes gingen wij op zoek naar educatief medewerker Ger van Dam. Op een prachtige zonnige dag treffen we Ger op de tuin. Hij weet het raadsel te ontrafelen. De cirkel is aangelegd door leerlingen van basisschool de Swoaistee uit Lewenborg. Gezien de afstand naar Beijum komen deze leerlingen niet elke week naar de schooltuintjes in Beijum. En om die reden hebben ze geen eigen tuintje. Want voor een goed onderhoud moet je wekelijks langskomen. Dit in tegenstelling tot de leerlingen van de basisscholen uit Beijum. Om ook de kinderen van de Swoaistee (en andere scholen die niet direct naast schooltuintjes liggen) natuureducatie te geven zijn prachtige lessen ontwikkeld over o.a.kruiden, bloemen, bijen, paddestoelen, voeding en… granen!
Gemeentebeleid Sinds de sluiting van het Natuurmuseum is er meer duidelijkheid gekomen over het natuuronderwijs in de stad. Uitgangspunt is dat alle kinderen minimaal vijf educatieve natuurervaringen per jaar moeten krijgen. Een educatieve natuurervaring is een bewuste ervaring van het kind in contact met de natuur (flora en fauna). Dus zien, ruiken, proeven, voelen en doen. Door meer contact vergroot je de kennis en wordt de betrokkenheid en het respect voor de natuur en de eigen leefomgeving groter. Het blijkt namelijk dat kinderen steeds minder met de natuur in contact komen. Daardoor verandert bij de jeugd ook de beleving van de natuur. Er ontstaat minder gevoel voor de natuur en voor het behoud ervan. Een ontwikkeling waar de duurzaamste stad van Nederland iets aan wil doen. Bij gebrek aan schooltuintjes voor de hele stad is het streven dat wel alle kinderen minstens vijf natuurervaringen opdoen. De Swoaistee heeft nu haar graanles op de schooltuinen in Beijum. Graancirkel De Swoaistee is een openbare basisschool voor Jenaplanonderwijs. Dat betekent dat de bovenbouw, de groepen 6, 7 en 8 bij elkaar in één klas zitten. Op school hebben de leerlingen eerst de theorie over granen behandeld – wat is de oorsprong en wat kun je er allemaal mee doen. Vervolgens is het tijd om de handen uit de mouwen te steken. Op de schooltuin in Beijum is een graancirkel aangelegd van tarwe, haver, rogge, gerst, boekweit, gierst en vlas. Ger vertelt dat veel kinderen nog nooit van boekweit hadden gehoord. Als ze dan horen dat het in hun pannenkoeken zit, kijken ze je met grote ogen aan. Dan komt de natuur opeens heel dichtbij! Sommige graanzaadjes, ze lijken op beukennootjes, worden met een vijzel gemaald. Zo ging het vroeger en de kinderen leren wat kracht en geduld zijn. Maar met een molentje maak je veel gemakkelijker meel. Dat gaat enthousiast mee naar huis om brood van te bakken. Sommigen dingen veranderen nooit! Het centrum voor Natuur- en Duurzaamheidseducatie helpt basisscholen met speciaal samengestelde lespakketten. Op de schooltuin in Beijum komen wekelijks 400 kinderen naar hun eigen tuintje. Daarnaast komen op jaarbasis 2200 kinderen langs om lessen te volgen voor 3 tot 5 praktijklessen per jaar: over vlinders, slakken, stenen, bodemleven, de sloot, vogels en nog heel veel meer. Op zaterdag 20 juni is er een open dag op de kinderwerktuin Beijum, gelijktijdig met de natuurmarkt op de Wiershoeck. (Meer in krant 15/6) Regiokrant Groningen - 25 mei 2009 |